Emmanuel Macron is de liberaal die hij in Nederlandse ogen niet kan zijn

6 juli 2017 09:12 Verschenen op HP/De Tijd

Emmanuel Macron is niet te benijden. Niet alleen is er al een aanslag op zijn leven verijdeld, ook wordt hij doorlopend geconfronteerd met een kritisch publiek dat zijn goede intenties niet in lijkt te willen zien. Een korte verkenning van de beeldvorming, misstappen, en het eigenlijke beleid van de liberale president van een land waarin liberalisme een lege term is.

Manu, zoals zijn vrienden Macron noemen, houdt zijn beeldvorming strak in eigen handen. Hij schotelt ons een president voor die perfect wil lijken, maar het niet wil zijn. Deze perfecte Macron zien we op het staatsieportret.

‘Goedkope symboliek’

Macron staat er zelfverzekerd bij. Zijn ogen lijken zo helder als die van het Afghaanse meisje in de bekende foto van Steve McCurry. De foto kreeg tot genoegen van het web minder retweets dan de foto van een broodje kebab die Benoît Hamon – de presidentskandidaat van de Parti Socialiste – deelde. Ook werd de plaat door imminente Franse beeldcriticus André Gunthert als enorm saai beoordeeld.

Hij beschreef het portret als goedkope symboliek in een gemakkelijk te consumeren vorm. Boeken van Gide, Stendhal, en Charles de Gaulle representeren het intellectuele. Een iPhone nonchalant op de tafel verwijst naar de startup nation die Manu van Frankrijk wil maken. Het open raam staat voor vernieuwing. De Franse én Europese vlag spreken voor zich.

Achter dit beeld gaat inmiddels een aardig lijstje communicatieve uitglijders schuil. In zijn tijd als minister van Economische Zaken omschreef hij werknemers van een slachthuis — dat bedreigd werd met sluiting — als ‘ongeletterden’.

Daarnaast zien we, volgens Macron, al lopend door het station ‘mensen die geslaagd zijn, en mensen die niks zijn’. Ook krijgt hij de hoon van studenten over zich heen door te zeggen dat hij weet hoe zwaar zij het hebben. Hij zou toen hij studeerde ook met 1000 euro per maand moeten rondkomen, terwijl de gemiddelde student het nu met 300 euro moet doen.

Interview

De reden waarom Macron zich niet — zoals de gewoonte is — laat interviewen ter ere van quatorze juillet heeft ook enkele blikken doen fronsen. Volgens zijn woordvoerder lenen Macrons ‘complexe gedachten’ zich niet voor een onderhoud met een journalist.

In een land waarin politici over het algemeen nogal ver verwijderd zijn van het leven en denken van de gewone man, lijkt Macron niet met de hiërarchische traditie te breken hautain en wereldvreemd over minder fortuinlijke landgenoten te spreken. Dit is nog gezwegen van ministers die bekvechtend over straat gaan (milieuminister Nicolas Hulot versus landbouwminister Stéphane Travert over bestrijdingsmiddelen), inmiddels het veld hebben geruimd (Richard Ferrand, minister van Defensie Sylvie Goulard, minister van Justitie François Bayrou) of van wie anti-homo uitspraken naar buiten zijn gekomen (Gérard Collomb, Édouard Philippe, Gérald Darmanin).

Het is niet opmerkelijk dat de vertegenwoordiging van Macron op de Gay Pride werden uitgefloten, en dat de kritiek op de president langzaam aanzwelt.

Wringende term

Marcel Gauchet — een van Frankrijks belangrijkste en meest stimulerende politieke denkers — ziet in Macron de enige echte liberaal van Frankrijk. Alleen mist Macron, volgens Gauchet, een zekere intellectuele en ideologische diepte. Macron is voor Gauchet een politicus die aanvoelt wat belangrijk is in deze tijd. Hij is een inclusief verhaal van vernieuwing toegespitst op jonge, stadse mensen.

Niettemin is Macron voor Gauchet de beste kandidaat die verkozen had kunnen worden. Dat is niet een heel groot compliment als we beseffen dat hij het opnam tegen een racist en een dief. Maar er wringt iets bij de term ‘liberaal’ die Gauchet en anderen gebruiken om Macron te beschrijven. De term ‘liberalisme’ is in Frankrijk misschien net zo’n lege huls als Macron zelf.

Anders dan in Nederland of in de Anglo-Amerikaanse wereld is het liberalisme in Frankrijk een marginale politieke stroming die zowel op links als op rechts een andere inhoud krijgt. Wat die inhoud ook mag zijn, ontsnapt het Frans liberalisme nooit aan de paradox die boven de gehele Franse politiek zweeft. De waarden van de revolutie moeten beschermd worden tegen het individualisme en de markt.

Frans liberalisme

Frankrijk is dus een revolutionair én conservatief land. Frankrijk is een revolutionair land dat niet van verandering houdt. Daarom vertrouwt het de sterke staat en dito instituties. Frans liberalisme kan en wíl niet om deze centrale staat heen. Ondanks zijn beleid blijft het etiket ‘liberaal’ Macron aankleven als een slecht zittend pak.

Afgelopen week gaf Macron in Versailles de eerste grote toespraak van zijn presidentschap. Voor het verzamelde parlement schetste hij de grote lijnen van zijn beleid. In zijn lange uiteenzetting zat niks nieuws onder de zon.

Het leek een campagnepraatje waarin nog eens de inmiddels bekende ideeën naar voren kwamen, maar weinig duidelijke punten werden gemaakt. Deze werden een dag later door zijn minister-president Édouard Philippe genoemd: hier een belastingverhoging, daar juist een verlaging; de geleidelijke verhoging van de prijs van een pakje sigaretten naar 10 euro; een versnelde asielprocedure (van 14 naar 6 maanden); de intentie om 100 procent van het plastic te recyclen; een kleiner parlement en een zekere mate van proportionaliteit bij de parlementsverkiezingen.

Grote projecten

De grote projecten van dit presidentschap zijn een hervorming van de bac (het Franse middelbare schoolsysteem), een verdere hervorming van de arbeidswet waarvan de contouren nog niet duidelijk zijn maar die bijna zeker een verzwakking van de vakbonden en de baanzekerheid inhoudt, en het voorgenomen einde van de noodtoestand door uitzonderingsmaatregelen in het gewone recht op te nemen.

Dit overziend is het beleid van Macron een mix van klassieke Franse idealen enerzijds en een zekere neoliberale impuls als het om de arbeidsmarkt gaat. Is dat genoeg om Macron een liberaal te blijven noemen? Een Nederlander zal in Macron nooit een liberaal kunnen zijn, omdat hij te gericht is op een sterke, regulerende staat.

Het is aan Macron om zijn eigen rol vorm te geven, tussen links én rechts en tegen het pessimisme in. Misschien is dat zijn grote opdracht. Hij moet aan Europa laten zien dat het Franse liberalisme een stroming kan zijn die — anders dan in omringende landen — niet de uitholling van de verzorgingsstaat inhoudt. Tot die tijd moeten we het doen met het beeld dat Macron ons voorschotelt: de Prodent-glimlach van een verkoper die nog niet lijkt te weten wat hij aan de man wil brengen.